Transport Mainfreight
Mainfreight Belgie

Richtlijnen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen - ADR


Medeverantwoordelijkheid

Als bij een wegcontrole vastgesteld wordt dat de regels van het ADR niet gevolgd werden, kan dit grote gevolgen hebben voor alle betrokkenen. Er kunnen fikse boetes geheven worden, er is het tijdsverlies en in sommige gevallen kan de lading zelfs geblokkeerd worden.

Bij incidenten kunnen de gevolgen nog veel erger zijn. Schade aan mens en milieu zullen niet alleen financiële gevolgen hebben, maar ook op het imago van de betrokken ondernemingen een negatieve weerslag hebben.

Dat de chauffeur de CMR heeft ondertekend bij in ontvangstname van de goederen, ontheft de opdrachtgever-afzender-verlader niet van zijn verantwoordelijkheid.


Aanmelden van transportopdracht

Wanneer u een transportopdracht geeft voor het vervoer van Gevaarlijke Stoffen, dient u ons volgende informatie geven:

  • UN-nummer, omschrijving goederen met eventueel technische naam van het gevaarlijk goed, de etiketnummers, de Verpakkingsgroep.
  • Aantal en verpakkingswijze (dus niet “colli”, maar de juiste omschrijving zoals karton, vat, bidon, …)
  • Hoewel het niet verplicht is om Limited Quantities op het vervoerdocument uitdrukkelijk te vermelden, is het wel verplicht om de LQ-goederen aan te geven op de opdracht.
  • Onderscheid tussen ADR-goederen en niet-ADR-goederen. Ook moet duidelijk zijn wat de hoeveelheid is van elk UN-nummer.
  • Indien u de details van de zendingen elektronisch doorgeeft (EDI of e-shipment): op de aangewezen plaatsen de ADR-gegevens invullen.

Het vervoerdocument

Het vervoerdocument moet opgesteld worden door de opdrachtgever-afzender- verlader. Dit kan een CMR, een vrachtbrief of een zendnota zijn.

  • Naam en adres van de afzender
  • Naam en adres van de bestemmeling
  • Hoeveelheid, verpakkingsvorm en gewicht
  • Omschrijving van de goederen (in deze volgorde):
    UN-nummer
    Officiële benaming van het product (eventueel aangevuld met technische benaming)
    Etiketnummers
    Verpakkingsgroep
    (tunnelbeperkingscode)

Voorbeelden:

UN1300  Kunstterpentijn, 3, PG III (D/E)
UN1993  Brandbare vloeistof, n.e.g. (mengsel van xyz en abc), 3, PG II (D/E)
UN2903 Pesticide,vloeibaar,giftig,brandbaar,n.e.g.(naam werkzaam bestanddeel),6.1(3), PG III (D/E)
 

Voor zeevervoer moet een afzonderlijk vervoerdocument gemaakt worden: de Dangerous Goods Declaration. Een voorbeeld van een DGD vindt u hier.


De goederen aanbieden voor transport


Welke stoffen worden niet aanvaard

Algemeen

Wij aanvaarden geen goederen van de volgende ADR-klassen:

  • Klasse 1 : ontplofbare stoffen en alle andere stoffen die etiket 1 als bijkomend gevaar hebben.
    Voor de subklasse 1.4S zijn er soms wel mogelijkheden, afhankelijk van de bestemming. Contacteer ons voor details.
  • Klasse 6.2 : besmettelijke stoffen
  • Klasse 7 : radioactieve stoffen
  • Stoffen die onder temperatuurscontrole moeten vervoerd worden.

Over zee (Groot-Brittannië, Ierland, Scandinavië, …)

Als het transport voor een deel over zee gaat, geldt eveneens de IMDG-code. In het IMDG zijn de regels over het samenladen van diverse chemische stoffen veel strenger. Heel wat stoffen mogen niet bij elkaar in dezelfde transporteenheid.


Afwijkingen in diverse landen

  • In Frankrijk kunnen we geen toxische goederen uitleveren, noch ophalen. Dit geldt voor alle stoffen van klassen 2.3 en 6.1, alsook de stoffen van andere klassen die de etiketten 2.3 of 6.1 als bijkomend gevaar hebben of de letter “T” in hun classificatiecode.
  • In Nederland kan het een probleem vormen om stoffen van klasse 5.2 te vervoeren. Contacteer onze diensten voor mogelijkheden bij concrete transporten.
  • Voor Groot-Brittannië, Ierland en Nederland zijn er geen mogelijkheden voor subklasse 1.4S


Mainfreight is een wereldwijde logistiek dienstverlener.
Neem voor meer informatie vrijblijvend contact met ons op.